De zorg in Nederland is het ‘walhalla’ voor fraudeurs!

De zorg in Nederland is het 'walhalla' voor fraudeurs!

Op fd.nl lazen wij een verontrustend stuk omtrent fraude in de zorg. Wat blijkt: de zorg heeft alles in zich om aantrekkelijk te zijn voor fraudeurs. Er gaat veel geld in de zorgsector om: afgelopen jaar in totaal ruim € 96 miljard euro, ja u leest het goed: 96 miljard euro!  En weet je wat het vervelende is? De kans om gepakt te worden is gering.

Het Financieele Dagblad deed afgelopen weken onderzoek naar verschillende fraudegevallen in de zorgsector en daaruit bleek dat wat naar buiten komt slechts het topje van de ijsberg is. Niet alleen werknemers en bestuurders in de zorg, maar ook vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie bevestigen dat beeld: zorgfraude is veel omvangrijker dan uit de officiële cijfers blijkt. En daar kijken we eigenlijk niet zo van op. Jullie wel?

Op fd.nl lazen we de onderstaande zeven pijnpunten wat frauderen in de zorg zo makkelijk maakt, je kunt ze hieronder vinden.

1. Geen wettelijke eisen voor bestuurders en nieuwe zorginstellingen
Wat hebben een appelboer, een verwarmingsmonteur en een kapster gemeen? Ze hebben de afgelopen jaren probleemloos een zorginstelling kunnen oprichten en op die manier flink aan de zorg kunnen verdienen, onder andere door te veel te declareren. Ruim vier jaar geleden toonde de Volkskrant al eens aan dat het een fluitje van een cent is om zorginstelling op te richten. De krant begon, zonder een kritische vraag vanuit toezichthouder, een verslavingskliniek en kon zorg gaan declareren. ‘Er is sindsdien niks veranderd,’ zegt een fraudecoördinator van een van de verzekeraars, op voorwaarde van anonimiteit. ‘Het is echt een taak van de overheid om aan de voorkant meer te controleren.’ Dat vrijwel iedereen een zorginstelling kan oprichten en er bestuurder kan worden, is een politieke keuze. In het huidige systeem van marktwerking geldt immers: hoe meer concurrentie hoe beter. Maar opmerkelijk is wel dat het beginnen van een café moeilijker is: zonder uitvoerige screening kom je niet achter de tap te staan. Zelfs op het bezit van een strafblad wordt in de zorg niet actief gecontroleerd. Zo bleek uit een Haagse fraudezaak dat een veroordeelde bestuurder van het ministerie van Volksgezondheid probleemloos een vergunning kreeg om een nieuw bedrijf zorg te verlenen.

2. Veel zorgaanbieders zonder contract
Een groeiend aantal zorgaanbieders verleent zorg zonder dat zij een contract met een zorgverzekeraar hebben. Dat is niet verboden. Sterker nog: bij wet is geregeld dat verzekeraars ook een groot deel van de zorg door niet-gecontracteerde aanbieders moeten vergoeden. Volgens de zorgverzekeringswet moet de patiënt immers voldoende keuzevrijheid hebben en mag geld geen ‘hinderpaal’ zijn om voor een bepaalde zorgaanbieder te kiezen. Dat houdt in dat de verzekeraar altijd een minimumbedrag moet vergoeden. In de praktijk gaat het meestal om 75% van de prijs van de behandeling.
Voor fraudeurs is de mogelijkheid om zonder contract te werken heel aantrekkelijk, zo zeggen verschillende betrokkenen. Op die manier kunnen zij zich onttrekken aan extra kwaliteitseisen van de verzekeraar. Tegelijkertijd kan de verzekeraar de betalingen vanwege zijn wettelijke verplichting niet zomaar stopzetten. Of zoals een bestuurder van een verzekeraar het verwoordde: ‘Ik kan helemaal niks tegen de ongecontracteerde aanbieders doen. Terwijl ik ze helemaal niet wil betalen, want ik heb niet voor niks geen contract.’

3. Nauwelijks externe controle op raad van toezicht
Elke zorgaanbieder is wettelijk verplicht een toezichthoudend orgaan te hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een raad van toezicht (rvt). De leden van die raad moeten deskundig én onafhankelijk zijn, zo schrijft de sectorbrede Governancecode Zorg voor. En ze hebben een belangrijke taak. ‘We kunnen niet bij elke afzonderlijke instelling de vinger aan de pols houden; daar zijn de interne toezichthouders voor,’ zo schrijven de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een gezamenlijke visie ruim een jaar geleden.
Maar bij verschillende frauderende instellingen bleek de raad van toezicht te bestaan uit vrienden en familieleden van de bestuurder. De zorginstellingen doorstonden zelfs verschillende inspectiebezoeken, zonder vragen over de onafhankelijkheid van het toezicht.
De Ermelose instelling Zorg en Ondersteuning (Z&O) sprong eruit. Daar werd, op aandringen van de inspectie, een raad van toezicht ingesteld. De voorzitter van de rvt bleek bij nader onderzoek mede-bestuurder bij het administratiekantoor dat alle administratie van Z&O deed. Ook was hij mede-eigenaar van een bewindvoerderskantoor waar circa 35 cliënten waren ondergebracht. De Inspectie heeft hier nooit een opmerking over gemaakt

4. Extern toezicht is versnipperd
De zorgsector kent verschillende externe toezichthouders die zich elk met een apart deel van het zorgtoezicht bezighouden. Zo kijkt de IGZ naar de kwaliteit van zorg, het CIBG controleert namens het ministerie de vergunningen en de topinkomens en de NZa houdt de algemene betaalbaarheid van de zorg in het oog.
De overheveling naar gemeenten maakt het veld nog meer versnipperd. De instellingen die alleen zorg leveren die uit het gemeentebudget wordt betaald, vallen niet onder het toezicht van de Inspectie. Wie er dan toeziet op de kwaliteit? Dat doen de 388 gemeenten zelf, ieder op hun eigen manier. De partijen overleggen weliswaar met elkaar, bijvoorbeeld via het vorig jaar opgerichte Informatie Knooppunt Zorgfraude, maar geen van de toezichthouders bekijkt alle aspecten van de zorg tegelijk. ‘Er zijn zo veel partijen die zich ermee bezighouden, maar bij allen ontbreekt het aan echte expertise,’ zegt curator Annelies Mulder, die de afwikkeling doet van het faillissement van Zorg Stichting Vivence waar grote fraude aan het licht kwam. ‘Als iemand eens goed naar de jaarrekeningen had gekeken dan was het veel eerder ontdekt.’

5. Kwetsbare patiënten
De gemiddelde patiënt in Nederland mag dan steeds mondiger worden, toch bestaat er nog altijd een grote groep patiënten die relatief kwetsbaar is. Zij zijn afhankelijk van de zorg die ze krijgen en vertrouwen daarvoor volledig op de expertise van de zorgverlener. Ook als die zorgverlener een fraudeur is die hen alleen ziet als een wandelende zak geld. Zo declareerde zorginstelling Intercare voor een terminaal zieke mevrouw 24 uur zorg per dag, maar werd er maar 4 uur geleverd. Niemand van de familieleden trok aan de bel, omdat zij dachten dat hun moeder in goede handen was. Dat die kwetsbaarheid fraude aantrekt, is ook te zien aan het grote aantal fraudegevallen met het persoonsgebonden budget (pgb), het budget dat patiënten zelf mogen gebruiken om zorg in te kopen. In een rapport uit 2015 stelt de NZa dat bijvoorbeeld ouderen, jongeren met geestelijke problemen en verslaafden kwetsbare groepen zijn. ‘Deze risicogroepen blijken een belangrijk doelwit voor potentiële fraudeurs,’ schrijft de toezichthouder. Ook het FD stuitte tijdens het zorgfraude-onderzoek van de afgelopen weken veelvuldig op patiënten die niet tot nauwelijks wisten welke zorg zij moesten krijgen. Zo hadden de jongeren bij Z&O in Ermelo recht op 24 uur begeleiding, maar in praktijk was er geen personeel aanwezig en moesten de cliënten bij problemen maar bellen naar een centraal nummer.

6. Het vaststellen van indicatie is gevoelig voor fraude
Patiënten die recht hebben op langdurige zorg moeten een indicatiestelling aanvragen bij het Centrum Indicatiestellingen Zorg (CIZ). Dat proces is fraudegevoelig. Zo vindt niet in alle gevallen een face-to-facegesprek plaats, stelde de NZa enkele jaren geleden al. Die situatie is niet veranderd. Maar zelfs als een gesprek plaatsvindt, lukt het patiënten om de situatie aan te dikken, zo blijkt uit verschillende documenten en gesprekken met betrokken van bijvoorbeeld Z&O uit Ermelo. Een paar dagen niet douchen, flink wat alcohol drinken en geen medicijnen innemen, doet wonderen. Bovendien werden bij het CIZ de afgelopen jaren twee ambtenaren ontslagen vanwege corruptie. Zij zouden hebben geholpen bij het verstrekken van valse indicaties. Ook is van een aantal medewerkers het contract ontbonden, omdat ze een bijbaan hadden bij een zorgaanbieder.

7. Nauwelijks consequenties bij wanbeleid
De jaarrekening van een zorginstelling geeft inzicht in wat er met het zorggeld gebeurt. Maar dan moet die jaarrekening wel beschikbaar zijn natuurlijk. Dit jaar was ruim een op de drie zorgbedrijven te laat met het indienen van de jaarcijfers over 2016. Ook zijn er, zo blijkt uit een beroep van het FD op de Wet openbaarheid bestuur, nog tientallen instellingen die over de jaren 2014 en 2015 niets hebben ingediend. Slechts in een beperkt aantal gevallen legt de IGZ een boete op die kan oplopen tot maximaal €10.000. Voor veel instellingen is dat een schijntje, op een omzet van tientallen tot wel honderden miljoenen. Als het dan echt misgaat en er sprake is van financieel wanbestuur, zoals bij fraude, hebben externe toezichthouders maar beperkte mogelijkheden om in te grijpen. Zo kan de NZa alleen ingrijpen als bewezen is dat er niet correct gedeclareerd wordt of dat er niet voldaan wordt aan bepaalde administratieve verplichtingen. De IGZ mag sinds 1 januari 2016 ingrijpen als een bestuur niet goed functioneert. Afgelopen jaar gebeurde dat slechts een keer.

 

Reacties: 3

  1. wim Houbraken schreef:

    Men bouwt bestuurslaag op bestuurslaag ; Dagelijks bestuur; directie; raad van toezicht; kommisarissen

  2. […] Lees ook: De zorg in Nederland is het ‘walhalla’ voor fraudeurs!  […]

  3. […] de zorg in Nederland het ‘walhalla’ is voor fraudeurs hebben wij al een keer gepubliceerd. Deze zaak draait om de Utrechtse zorginstelling Dolia Zorg. De organisatie had meer dan […]

Je reactie toevoegen