Hoe kan het dat de cliënt het minst te zeggen heeft over hun zorg en de organisatie daarvan?

Hoe kan het dat de cliënt het minst te zeggen heeft over hun zorg en de organisatie daarvan?

Er worden veel discussies gevoerd over het versterken van de positie van mensen die van nature niet de sterkste stem hebben. In de zorg hebben we het dan over de patiënt, de cliënt, de bewoner, maar ook over zijn naasten. Het draait om hen, maar ze hebben het minst te zeggen over hun zorg en de organisatie daarvan. Dat kan en moet nog steeds beter. Vinden jullie niet?

Waarom praten we al meer dan twintig jaar over een wet die de positie van patiënten en cliënten moet versterken? Hoe komt dat? Komt dat dan echt omdat er angst overheerst voor een te sterke positie?
Tuurlijk: er is weer iets meer ruimte voor het gesprek, informatie wordt begrijpelijker gemaakt, families en naasten worden beter betrokken. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Dit zijn echter nog voorbeelden en niet de norm. Te vaak wordt praten met patiënten en cliënten beschouwd als een hinderlijke onderbreking van de dagelijkse werkzaamheden van bestuurders. We lezen hun angst over een te sterke positie van patiënten en cliënten. Terwijl dat gesprek de kern is en moet zijn van de zorg. Het is een verrijking van het werk en biedt telkens weer de kans om de zorg verder te verbeteren. Waarom vinden we het normaal dat een raad van bestuur financiering en ondersteuning heeft en een patiënten en cliëntenraad niet?

Lea Bouwmeester (tweede kamerlid voor de PVDA) heeft in haar laatste debat als kamerlid twee goede oproepen gedaan aan de minister van de VWS. Twee oproepen om de gesprekken verder te verbeteren. Twee kansen om de positie in de zorg te versterken.

Ten eerste vroeg zij de minister om de zeggenschap van patiënten- en cliëntenraden nu echt goed te organiseren. Zij mogen niet het sluitstuk van de begroting zijn, maar moeten gefaciliteerd worden om hun belangrijke rol te kunnen spelen: de stem van de patiënt laten horen in het algemeen belang. Haar tweede oproep is om patiënten beter en actiever te betrekken bij de inkoop van zorg. Her en der lopen gesprekken tussen zorgverzekeraars en hun cliënten, maar ook die gesprekken moeten we blijven ontwikkelen. Daar wijst de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ook op in haar rapport Inkoopsafari. Het ontbreekt aan goede voorbeelden. Inkoop wordt gebruikt ter versterking van de concurrentiepositie, niet om met verzekerden te verbinden en vanuit hun behoefte in te kopen.

Wij denken dat dit goede standpunten zijn. We zijn benieuwd naar jullie mening.

 

Reacties: 1

  1. Jan schreef:

    Helemaal mee eens, client en diens naasten weten vaak het beste wat nodig is Inspelen op de wensen en behoefte, ontneemt de werkdruk, en in de meeste gevallen de kosten.

Je reactie toevoegen